Dag 43 Nazare – Praia de Santa Cruz 88 km.

geplaatst in: Blog | 0

zaterdag 11 juni

In de zandbak

Ik ben beland in de zandbak. Zandbak? Ja, het tentgedeelte van dit Parque Campismo in het onooglijke badplaatsje Praia de Santa Cruz is een echte woestijn, met slechts hier en daar verdorde graspollen. Ik heb mijn tentje overeind gekregen en een jongen en meisje verderop ook. Tot zo ver de kampeerders. De rest van dit gigantisch groot terrein is volgebouwd met permanente tenten, caravans en meer huisjesachtige bouwsels. Bij de ingang een portier die al het in- en uitkomend verkeer nauwlettend, inderdaad in- en uitlaat. Ook wandelend kom je niet zo maar binnen, dan moet je door van die draaipoortjes die je vaak bij stations e.d. ziet. Het lijkt wel een strafkamp.

De bewoners van dit strafkamp zijn voornamelijk Portugese families die alle clichés van het campingleven als een film aan mij voorbij laten gaan. Er wordt geklierd door kinderen, de mannen (vaak in trainingspak) klooien met de barbecue, de vrouwen (vaak in legging) hangen de was te drogen of lopen met de afwasteil rond. Degene die wil douchen loopt, oh gruwel, in badjas over het terrein. Ik hoop in godsnaam dat ze niet in hun blootje onder die badjas zitten. Helaas lukt het me niet om daar geen voorstelling van te maken. Het toppunt beleefde ik in de doucheruimte. Het rook er bijzonder onfris en jawel, ik deed een deur open en daar lag een vers gedraaide drol in een hoek. Van die dingen dus.

Vanochtend op de camping in Nazare werd ik wakker met hoofdpijn. Dat was niet zo zeer de voorbode van een slechte dag, maar meer een verklaring voor de moeilijke dag die ik gisteren had. Ik was niet echt fit, iets wat ik de dag zelf niet onderkende. Het verklaart misschien wel mijn gelamenteer over de fietsomstandigheden al hier. Over het weer wilde ik het niet eens hebben, maar dat zat me wel dwars. Het was koud, bewolkt en er stond een vervelende harde westenwind. Mijn koers was voornamelijk zuid, dus de wind zat niet tegen, maar harde zijwind kan wel degelijk lastig zijn. Pas later in de middag kwam de zon er vaker bij kijken.

 

 

Rustig aan

Vandaag had ik zin in een rustig-aan-dagje. Zo gezegd, zo gedaan. Pas om tien uur op de fiets gestapt en eerst boodschappen gedaan en in Nazare uitgebreid gezocht naar een roadmap (het Nederlandse woord schiet me vreemd genoeg niet te binnen). Net als in Spanje is zo’n geval ook in Portugal lastig in de aanschaf. Ik keek in supermarkten, souvenirwinkels, kiosken en onderweg in een stuk of zes tankstations: nada. In Nazare raakte ik in gesprek met een viertal Oostenrijkse mannen die vlak voor mijn neus met veel moeite met hun racefietsen de trap af uit hun hotel stommelden. Aan de gezichten te zien was er gisteravond de nodige drank in het spel geweest. Zij fietsen van Zuid-Portugal naar Porto. De Santos werd uitgebreid bewonderd. Ze waren tamelijk verbaasd dat ik uit Nederland was komen fietsen, en jaloers dat ik zuidwaarts ging en zij noordwaarts tegen de nog steeds stevige wind in, want deze kwam nu, hoera, echt uit het noordwesten. Ik, op mijn beurt, was jaloers op de kaart die zij bij zich hadden.

Uiteindelijk, ik ging toch weer tegen beter weten in een tankstationwinkel binnen, vond ik de kaart die ik nodig had. Het was ondertussen wel half vier. Ik had het tot dan gedaan met een route op mijn Garmin, niet echt handig, en af en toe een blik op Google Maps, idem dito niet echt handig. Met de kaart op de stuurtas ging het een stuk gemakkelijker. Hemelsbreed zal ik vandaag niet vreselijk veel zijn opgeschoten, maar op de teller had ik 88 kilometer staan. Ik schat dat het nog een veertigtal kilometer naar Lissabon is.