Dag 59 Jaen – Cazorla 109 km.

geplaatst in: Blog | 0

maandag 27 juni

Hulde

Allereerst hulde voor dag 59. Aan het eind van de rit bleek dit bepaald geen dertien-van-in-een-dozijn-ritje, integendeel deze mooie dag liet maar liefst 1953 hoogtemeters na op de teller. Daarmee neemt het heel verrassend de koppositie over van dag 35, de dag waarop de Santos en ik 1811 hoogtemeters overbrugden om te kunnen eindigen in Santiago. Nogmaals complimenten dag 59. Het mag gezegd worden dat ik ook mijn bijdrage heb geleverd. Zo reed ik in het begin van de dag een verkeerd dorpje binnen, wat me een extra steile klim bezorgde met stukken van 15%. Later in de middag maakte ik nog een omweggetje van drie kilometer teneinde een plek te vinden waar men water verkocht. Daarin zat een flinke klim van anderhalf kilometer. In het heuvelachtige stadje waar ik nu verblijf, had ik wellicht ook iets gunstiger kunnen fietsen. Edoch, fietsen is fietsen, of het nou linksom of rechtsom is.

Bekentenis

Dan nog een bekentenis: gistermiddag, gisteravond en vanochtend waren voor mij k-dagdelen. Het waarom kan ik als volgt verklaren. Het is niets voor mij om korte afstanden te fietsen en dan vroeg aan te komen in een of ander onbenullig hotel met de meest ongezellige kamer voor de alleen reizende fietser.

Die hotelhouder denkt: ‘Wat moet zo’n vent alleen op een fiets? Die zal wel niet helemaal in orde zijn. Laat ik hem maar de slechtste kamer geven die ik heb.’

Je kunt dan even een siësta houden op het moment dat de rest van het stadje dat ook doet, er is dan toch niets te beleven. In Jaen ging ik ’s avonds tegen zevenen maar eens aan de wandel. Uit meerdere bronnen was mij toegefluisterd dat Jaen een buitenproportionele kathedraal zou bezitten. En dat gaan we dan even checken. Nou ga ik niet zitten ontkennen dat die kathedraal een zekere omvang bevat, maar om nou te zeggen buitenproportioneel? Ik ga niet in discussie hierover met de inwoners van Jaen, laat staan van Andalusië; ik moet immers nog een aantal dagen door het landschap fietsen en dan wil je geen boze bewoners achter je aan. Maar degenen die bedacht hebben dat de kathedraal van Jaen buitenproportioneel is, hebben nog nooit de route langs oude pelgrimssteden in Noord-Frankrijk gefietst. Ik wel. Samengevat: voor die kathedraal hoef je de omweg naar Jaen niet te maken en voor het overige is er ook niets wat de moeite waard is.

Afgelopen nacht sliep ik noodgedwongen met de airco aan; een raam kon niet open. Dat leverde mij hoofdpijn op die de hele ochtend bleef hangen. Nog zo wat over dat pension in Jaen waar ik verzeild raakte: het bevond zich op de zesde verdieping van wat verder een portiekflat was. Mijn Santos paste niet in de lift, dus die moest ik noodgedwongen twaalf trappen optillen, teneinde haar op de kamer te kunnen stallen. Ik laat mijn geliefde ’s nachts nooit alleen achter op straat. ’s Morgens maakten we dezelfde reis weer naar beneden, dat kwam de hoofdpijn niet ten goede.

Maar goed, om kwart voor acht zat ik op de fiets, zonder plezier. Het ging weer door eindeloze olijfboomplantages, die heb ik nu na een paar honderd kilometer onderhand wel gezien. Normaliter stop ik om de haverklap voor het maken van een foto, nu niet. Op de redactieburelen van Pindat zullen ze ook wel verveeld staan gapen als ik weer aan kom zetten met mijn upload’s van de olijfbomen. Na twaalven kwam het plezier weer enigszins terug. En de uitgebreide lunch in het stadje Jodar deed mij helemaal opkikkeren.

Water

Ik had zin in het tweede deel van de tocht, waarvan ik wist dat het merendeels heuvelopwaarts zou gaan. Ik was vergeten om een extra fles water aan te schaffen, maar met die anderhalf liter die ik nog had, dacht ik het wel te kunnen redden tot het volgende waterinneempunt. Het ging net, maar het was weer op het randje. Stom, stom, stom. Het kostte me ook nog die omweg van drie kilometer. Ik kocht daar drie liter ijskoud water (de flessen waren voor een deel bevroren). De helft daarvan had ik al rap op. Met de rest ging het lekker tot aan Cazorla. Na het traditionele moeizame zoeken naar mijn accommodatie (dit keer een jeugdherberg) kon ik om half negen inchecken. Ik heb een kamer met een stapelbed, maar lig er (gelukkig) alleen. Het is overigens niet druk in deze herberg.

In Jodar wees een behulpzame homoseksueel in zijn auto me de weg. Ik fietste weifelend over een verder verlaten weggetje net na het stadje. De jongeman, ik schatte hem op een jaar of dertig, gebaarde me dat ik op de goede weg zat. Hij bleef een tijdje voor me uit rijden en stopte op wat op een parkeerplaats leek en hield me staande. Zijn bedoelingen stak hij niet onder stoelen of banken. De man was rijkelijk voorzien van piercings en tattoos, maar, gezien de staat van zijn gebit, kennelijk behept met angst voor de tandarts en ook voor het overige zag hij er niet bepaald fris uit. Niet dat een frisgewassen jongeman wel kans bij me zou hebben gemaakt. Ik maakte me uit de voeten, eh fiets en heb hem gelukkig niet weer gezien.