Dag 6 Dun-sur-Meuse – Châlons-en-Champagne 101 km.

geplaatst in: Blog | 0

Donderdag 05 mei.

Vanochtend om acht uur er uit om eerst de boodschappen te doen. Hemelvaartsdag is in Frankrijk een nationale feestdag en dan is het zaak om voor twaalf uur je spullen binnen te hebben. Om kwart voor elf zat ik op de fiets en met de wind in de rug onder een strakblauwe hemel en aangenaam temperatuurtje, arriveerde ik tegen zes uur in Châlons-en-Champagne. Een half uurtje later arriveerde zo waar Jacob.

Het landschap onderweg voerde mij door voormalig oorlogsgebied 14-18. Het monument van de Amerikanen was van een fantasieloze architectuur. Ik wed dat mijn kleinzoon er in zijn eerste schetsboekje een creatiever geheel van zal weten te maken. Voor het overige is het hier vooral leeg, lange wegen door oneindig landbouwland met her en der gele koolzaadvelden. In de wintermaanden moet het hier verschrikkelijk kaal, grijs en grauw zijn. Op deze lentedag oogt het op zijn best vriendelijk.

De motormannen

Onderweg passeerden mij twee van die grote motoren met achter twee wielen en een auto met op de aanhanger een motor. Een paar kilometer verderop stonden ze met z’n allen aan de kant van de weg te picknicken. Ik overwoog snel links af te slaan, maar dat leek me toch kinderachtig en heel stoer ging ik een twintigtal meters verder aan een picknicktafel m’n laatste homp baguette naar binnen werken.

En ja hoor, daar kwam al zo’n leatherman op me af en …. vroeg of ik iets kouds mee wilde drinken. Uiteindelijk ging ik weg met twee tomaten, een appel en een literfles water. De enige die een beetje Engels kon, vertelde dat ze de feestdag hadden aangegrepen om er een lang weekend vakantie van te maken. (En om goed te doen aan eenzame fietsers op deze pelgrimsroute, denk ik dan.)

Alleen onderweg

Alleen onderweg, nu al zes dagen, doet dat iets met je? Ik merk dat ik meer hardop begin te praten. Niet hele zinnen, maar meer losse woorden. Als ik een hond hoor of zie, zeg ik consequent hardop ‘koest Fikkie’ en als er een mooie vrouw voorbijloopt, waarbij gezegd moet worden dat deze niet in groten getale door de Franse dorpsstraatjes flaneren, roep ik luid ‘Hé lekker stuk, wat doe je vanavond?’, ze verstaan me toch niet. Tot in dat middelgrote dorp de dame in kwestie me toesnauwde: ‘Hoepel op klootzak’ en de klerenkast achter haar me een woedende blik toe wierp, ik drukte een paar keer flink op de pedalen.

Het deed me denken aan die keer in de bossen bij Dieren dat ik op mijn mountainbike een bocht om stormde en bijna op een groot mannetjes wildzwijn knalde. Ik schoot er langs en het beest zette de achtervolging in. Gelukkig maar een paar meter. Toen ik stil stond, zag ik dat door de schrik al mijn haren recht overeind stonden. Dat is dus geen fabeltje.

Wolfheze

Met dat hardop praten, moet ik wel voorzichtig zijn, want voor je het weet ga je enkele reis Wolfheze.

Wolfheze is een prachtig, rustig dorpje, verscholen in de Veluwse bossen, zo tussen Oosterbeek en Ede aan het spoor. Midden in het dorp is de psychiatrische inrichting gesitueerd, die zo te zien de dorpsbewoners geen windeieren heeft gelegd, getuige de ruime percelen met fors uitgevallen villa’s. Voor de deur vrijwel zonder uitzondering één of meer uit de kluiten gewassen fourwheeldrives op de eveneens uit de kluiten gewassen oprijlanen.

Er is een station met daarnaast een uitspanning annex restaurant en hotel. De goedlachse uitbaatster verschaft graag onderdak aan vermoeide fietsers.  Degenen die de fietstocht naar Santiago willen ondernemen, moeten beslist de omweg naar Wolfheze overwegen. Er is ook een kerk, waar men ongetwijfeld bereid is een stempel op je geloofsbrieven te slaan.