Dag 76. Saint-Genis-de-Fontaines – Salses-le-Chateau 59 km.

geplaatst in: Blog | 0
Donderdag 14 juli

Leuke camping, zoals ik al zei, maar na afloop mocht ik wel 25,- euro afrekenen en dat is toch veel voor een tentje en een persoon. Oké, ik neem bij aankomst een warme douche, maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Toch rekent men graag een grote staanplaats met je af, inclusief elektriciteit, waar ik geen gebruik van maak. Het leuke zat hem in de rust (ongeveer de helft van de plaatsen was bezet), de mooie plek op redelijk gras tussen de bomen en het terras met lounge stoelen en banken, waarop ik mij ’s avonds neervlijde teneinde mijn verslag bij te werken. Een karafje rood, why not, maakte het compleet.

Op dit moment zit ik op de meest desolate plek die ik tot nu tijdens de reis heb weten te bemachtigen. Het is een camping, ingeklemd tussen aan de ene kant een drukke doorgaande weg en aan de andere kant een spoorlijn en autosnelweg. Het geraas is permanent. Er zijn geen aparte plekken, iedereen kan zijn tent, caravan of camper neerzetten waar hij wil. Er zijn bomen, maar het oogt allemaal kaal, nauwelijks een grasspriet te herkennen. Verderop staan rijen stacaravans voor de verhuur. Nee, geen plek om langer dan een nacht te verblijven.

Bergetappe zonder afdalingen

Waarom ik hier terecht ben gekomen? Het was weer de hele dag keiharde tegenwind, nog harder dan gisteren. Als ik deze wind mee had gehad, dan was er vandaag een dagrecord gesneuveld, met deze wind in de rug was ik in vijf dagen thuis geweest. Sterker, ik was als eerste aangekomen op de Mont Ventoux en dan niet halverwege, maar tot bovenop de top (ik begreep dat de watjes uit de Tour de France de finishlijn bij Le chalet Reynard hebben getrokken, in plaats van, zoals ik, de heroïsche strijd met de storm aan te gaan tot het bittere einde).

Echter, ik had geen haast. Lekker om half elf gestart en zowaar kwam ik ook nog op het strand terecht; ik had een afslag gemist. Waarom ook niet, dacht ik en ik legde me te rusten in het zand en zwom natuurlijk een stukje in zee. Maar na driekwartier zei ik tegen mezelf: ‘Kom op Roel, fietsen. Je kunt vanavond toch niet thuiskomen met het verhaal dat je de hele dag op het strand hebt gelegen’. En daar ging ik weer het gevecht met de wind aan. Na dertig kilometer stond ik stil bij zo’n all-inclusive camping. Buiten hingen de tarieven en men vroeg aan een persoon zonder voertuig 15,50 euro, schappelijk. Ik overwoog serieus om op het aanbod in te gaan, maar zei tegen mezelf: ‘Kom op Roel, fietsen. Op het strand liggen en maar dertig kilometer fietsen? Straks denken de mensen nog dat je op vakantie bent’. En daar ging ik weer het gevecht met de wind aan.

Die wind werd er niet minder op. Zo tussen vier en vijf uur wakkerde de wind nog eens extra aan en werd het gevaarlijk. Tussen de dorpen is het hier open vlakte, soms gaat het over dijkjes. Op een gegeven moment moest ik van de fiets en stukken lopen en nog werd ik van het pad geblazen, die tassen vangen extra wind. Ik ging de dijk af en naar het nabijgelegen dorp, waar ik een schuilplek zocht en vond. Is toch niet te geloven? Het is te vergelijken met een bergetappe, maar dan zonder de afdalingen.

Eindstation akelige camping
De akelige camping

Toen ik het idee had dat de wind iets minder werd, ben ik toch maar weer opgestapt, nu niet meer langs de kust, maar via een weggetje meer het binnenland in. Accommodatie ho maar. Direct aan de kust stikt het van de campings en de hotels, maar ben je er tien kilometer vanaf, dan wordt het een heel ander verhaal. Dat verhaal eindigt dus hier op een akelige camping aan de snelweg. Geen wifi, of je moet flink de portemonnee willen trekken. Het lijkt wel een strafexpeditie. Ik weet het goed gemaakt met mezelf: vroeg naar bed en vroeg weer op. ’s Morgens heb je het minste last van de wind, die onvoorspelbare, duivelse rakker.